Reductie van pluis een gezamenlijke inzet

Door Gepubliceerd in de Visserijnieuws special ‘Visserijtechniek en Innovatie’ op 12 maart 2015

WAGENINGEN – De hoeveelheid pluisdraadjes die in zee komen moet omlaag. De visserijsector wil met de uitkomsten van het project VisPluisVrij tot een grote reductie komen, samen met de overheid en Stichting De Noordzee. Het afgelopen jaar is door alle betrokkenen intensief gezocht naar alternatieve materialen ter bescherming van de netten. Veel winst valt echter ook te halen op andere vlakken, die misschien zelfs nog dichter binnen handbereik liggen. Wouter Jan Strietman van Wing over de huidige stand van zaken.

Beste materialen in 2015 verder onderzocht

Pluis is een mooi product, dat goed helpt de netten te beschermen. Helaas komt tijdens het vissen ook een gedeelte van de plastic pluisdraadjes in zee en op het strand terecht; en dat is voor velen binnen en buiten de visserijsector een ongewenste situatie. Op initiatief van visserijondernemer Klaas-Jelle Koffeman en Stichting De Noordzee en onder begeleiding van Wing wordt binnen het project VisPluisVrij door VisNed, Stichting De Noordzee en het ministerie van I&M samengewerkt om tot een substantiële reductie te komen van de hoeveelheid pluis die jaarlijks in zee terechtkomt.

Hiermee wordt niet alleen voorgesorteerd op de vereisten rondom afval op zee die voortvloeien uit de internationale scheepvaartorganisatie IMO en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie, maar wordt ook invulling gegeven aan de wens vanuit de visserij zelf en de vraag vanuit de maatschappij om de hoeveelheid plastics in zee te verminderen.

Directeur Pim Visser van VisNed stelt dat er terecht veel aandacht is voor de problematiek van micro plastics. ,,Een schone zee is van groot belang, en ook in het eigen belang van de visserijsector. Vis moet qua gezondheid immers ‘van onbesproken gedrag’ zijn. Daar past vervuiling vanuit de eigen sector door pluisverlies niet bij. Ieder pluisdraadje op het strand  komt gewoon vanaf een kotter, alsof het een afzender heeft. Dat kan anno 2015 niet meer, daarom doen we dus voluit mee in dit project.”

Aanpak
Het project is halverwege 2013 gestart. De focus lag in eerste instantie op het vinden van duurzaam alternatief materiaal en/of ontwerp voor het conventionele pluis. De zoektocht gaat daarbij uit naar een alternatief dat in gebruiksgemak en kosten vergelijkbaar is met pluis, maar wat minder hard slijt of biologisch afbreekbaar is. Het alternatief zal uiteindelijk in alle redelijkheid doorgevoerd moeten kunnen worden binnen de sector. De focus ligt dus niet alleen op het bieden van ecologische, maar ook op de economische perspectieven.

Ideeën hiervoor zijn vanuit de sector en daarbuiten aangeleverd via www.vispluisvrij.nl, telefonisch, via sociale media en tijdens visserijevenementen zoals de Visserijbeurs op Urk. Daarnaast zijn er ook aparte bijeenkomsten georganiseerd met mensen van buiten de sector; producenten van alternatieve materialen en industrieel ontwerpers. Een frisse blik kan veel goed doen, zo bleek!

De meest kansrijke ideeën die hieruit voortkwamen zijn verder uitgewerkt met materiaalexperts en vissers. Deze ideeën hebben we ingedeeld in typen materialen en ontwerpen. Qua materialen waren dat variaties op plastic (bio-composieten, nieuwe vormen van PLA (ontwikkeld door Ben Wensink van Ymuiden Stores), een nieuwe bio-afbreekbare vorm van plastic polyurethaan en solanyl) en natuurlijke producten (hout, paardenstaarthaar, rubber en yakleer). De meest interessante alternatieve vormen waren draadvorm, plaatvorm, strips en een geheel nieuw ontwerp dat nog het meest te vergelijken valt met de vorm van een scheepsbodem. Deze laatste vorm is speciaal ontwikkeld door studenten Industrieel Ontwerp van TU Twente.

Het bedenken en ontwikkelen van geheel nieuwe materialen is een vak apart. Hierin worden nu belangrijke stappen gezet, bijvoorbeeld door Ben Wensink. Wensink: ,,De mechanische eigenschappen van de alternatieve producten zijn uitvoerig getest, en we kunnen al wel voorzichtig zeggen dat het technologisch mogelijk is een product te produceren dat voldoet aan de eisen die de vissers aan pluis stellen. Alle testen zijn echter alleen nog op laboratoriumschaal gedaan. De Praktijktesten die nu plaatsvinden op de TH10 moeten uitwijzen of we inderdaad dezelfde of betere eigenschappen hebben.’’

Volgens Wensink heeft de R&D-afdeling van de Royal Lankhorst Euronete Group (onderdeel van de Amerikaanse WireCo WorldGroup Inc) de mogelijkheid om nieuwe materialen op kleine schaal te extruderen. ,,Zo kunnen nieuwe materialen op een eenvoudige manier geproduceerd en getest worden.’’ De ontwikkeling van bio-afbreekbare producten die gebruikt kunnen worden in de visserij zal een ‘lange weg’ zijn. ,,Wetenschappelijk moet aangetoond worden dat deze producten inderdaad minder milieubelastend zijn. Dan is het niet ondenkbaar dat in de toekomst ook in netten bio-afbreekbare materialen ingezet gaan worden.’’

Uit al deze ideeën zijn door vissers en materiaalexperts de beste materialen en ontwerpen(vormen) geselecteerd voor de tests in de praktijk. Hierbij zijn twee verschillende soorten tests uitgevoerd waarbij alle materialen onder gelijke omstandigheden getest zijn. De eerste selectieronde was in de zeewatertank van het Visserij Innovatiecentrum Zuidwest. De materialen die hieruit als beste naar voren kwamen zijn in de tweede testronde op zee getest oor de TH 10 en de FD 283. De twee typen biologisch afbreekbare pluisdraad ontwikkeld door Ben Wensink, polyurethaan en het composiet kwamen als beste uit deze tests. Deze beide soorten materialen bieden potentie om verder uit te ontwikkelen en zouden een alternatief voor pluis kunnen worden.

Doorkijk 2015
Vanuit VisPluisVrij is tot op heden met name gekeken naar het gebruik van meer duurzame materialen en toepassingsvormen. De beste materialen ontwikkelen we verder in 2015. Veel winst valt echter ook te halen op andere vlakken, die wellicht zelfs nog dichter binnen handbereik liggen. Zo kunnen er nog stappen gemaakt worden in de manier waarop aan boord met pluisresten omgegaan wordt en in het netontwerp. Daarbij onderzoeken we alternatieve netontwerpen die het gewicht van de kuil omlaag brengen, waardoor er minder slijtage (en dus pluis nodig) is.

En welke oplossing of mix van oplossingen het ook wordt: de visserijondernemer is uiteindelijk degene die keuzes maakt én doorvoert, of het nu gaat om verwerking van versleten pluis of de aanschaf van nieuw pluis. De verantwoordelijkheid, maar gelukkig ook de oplossing, is binnen de sector zelf te vinden.’’
 

terug